Praktijkonderwijs

Leerjaar 1 en 2 van het praktijkonderwijs zijn vooral bedoeld om erachter te komen wat een leerling kan en waar zijn talenten liggen. In deze leerjaren krijgen de leerlingen een goede theoretische en praktische basis. Leerlingen maken kennis met alle vakken. Dit zijn de algemeen vormende vakken zoals Nederlands, biologie, rekenen enz. en praktijkvakken als economie, zorg & welzijn en techniek & horeca. Ook besteden we veel tijd aan sociale vaardigheden en lichamelijke oefening.

Vanaf leerjaar 3 gaan de leerlingen een keuze maken. Ze maken 2 keuzes uit de vakken Techniek, Zorg & Welzijn en Horeca & Economie. In dit leerjaar krijgen de leerlingen ook steeds meer lessen in de praktijkvakken. Zo krijgen ze een beter idee van het werk wat ze willen gaan doen.

In leerjaar 4 en 5 maken de leerlingen een definitieve keuze voor Techniek, Zorg & Welzijn of Horeca & Economie. In leerjaar 4 gaan ze 2 dagen per week op stage bij een bedrijf wat aansluit bij hun vakrichting, in leerjaar 5 is dit zelfs 3 dagen.  Onder stage verstaan wij: de leervorm waarin een leerproces plaatsvindt in de concrete werksituatie. Daar kan de leerling vaardigheden ontwikkelen die niet te realiseren zijn in de binnenschoolse situatie. Als zodanig is stage een belangrijk onderdeel van het praktijkonderwijs. Daarnaast kunnen eventueel leerlingen een PRO-ROC traject volgen om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.